Wet op de loonbelasting 1964 art. 22a ( tekst 2015)
22a
Arbeidskorting 1 Voor de werknemer die loon uit tegenwoordige arbeid geniet, is de arbeidskorting van toepassing. 2 De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt:
  • a. 1,810% van dat loon met een maximum van € 163, vermeerderd met:
  • b. 19,679% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 9.010, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 2.220, en verminderd, doch niet verder dan tot € 184, met:
  • c. 4,00% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 49.770.
3 Met loon uit tegenwoordige arbeid wordt gelijkgesteld:
  • a. loon genoten wegens tijdelijke inactiviteit als bedoeld in artikel 628 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek , alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen, voor een tijdvak van maximaal 104 weken;
  • b. loon genoten als garantieloon als bedoeld in artikel 628a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ;
  • c. loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek , alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking overeenkomstige regelingen en hetgeen wordt genoten ingevolge de Ziektewet;
  • d. uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorgen aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat.